Bedrijven die hun kostenstructuur niet hebben herdacht na de inflatiegolf van 2022-2023, werken nog steeds met aannames die niet meer kloppen.

Vaste kosten die dat niet bleken te zijn

Een van de meest confronterende lessen was dat veel posten die als vast werden beschouwd, dat in de praktijk niet waren. Energiecontracten, logistieke afspraken en zelfs bepaalde huurovereenkomsten bleken bij stijgende marktprijzen sneller te bewegen dan verwacht. Bedrijven die hun budget opbouwden op historische vaste-kostenpercentages, zagen hun marges onder druk komen zonder dat de omzet daalde. Dat heeft geleid tot een herziening van hoe kostenflexibiliteit wordt ingebouwd in budgetmodellen.

De herbeoordeling van leveranciersrelaties als budgetstrategie

Parallel aan die herziening zijn veel inkoop- en financieel verantwoordelijken leverancierscontracten opnieuw gaan bekijken, niet alleen op prijs maar op structuur. Kortere contractperiodes met prijsindexering, gespreide aankooptijdstippen voor grondstoffen en meer aandacht voor betalingstermijnen als liquiditeitsbuffer zijn concrete aanpassingen die terug te vinden zijn in de budgetessentials van bedrijven die dit proces serieus hebben doorlopen.

Wat dit betekent voor de budgetcyclus van volgend jaar

Voor financieel verantwoordelijken die hun budgetproces voor het komende jaar voorbereiden, zijn er drie vragen die nu anders gesteld worden dan drie jaar geleden: welke kosten zijn werkelijk vast bij prijsschommelingen van meer dan vijftien procent, welke leveranciers hebben indexclausules die het budget kunnen beïnvloeden, en hoe wordt die onzekerheid zichtbaar gemaakt in scenario-analyses. Bedrijven die deze vragen expliciet beantwoorden in hun budgetdocumenten, bouwen een realistischer vertrekpunt dan bedrijven die uitgaan van stabiele externe omstandigheden.

Een budget zonder scenario-analyse is een prognose die alleen klopt als alles meevalt.